Hoe het Erasmiaans en De Margriet de herinnering levend houden
Hoe houd je de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog levend, nu de laatste ooggetuigen verdwijnen? Het is een vraag die vrijwel alle scholen bezighoudt en die steeds urgenter wordt in een wereld vol onrust. Op het Erasmiaans Gymnasium werden vandaag, traditiegetrouw, de 130 namen voorgelezen van (oud)leerlingen en docenten die de oorlog niet overleefden. Bij Daltonschool De Margriet presenteerden drie groepen 8 op straat de werkstukken die leerlingen maakten over joodse kinderen uit de buurt.

Basisschool De Margriet
Wat zou jij doen als het oorlog werd? Zou je vechten? Zou je eten aannemen van de vijand, in ruil voor verraad? Zou je mensen laten schuilen in je huis, wetende dat het je leven kan kosten? Het zijn vragen waarover tientallen kinderen van BSO De Margriet zich de afgelopen weken hebben gebogen. De dilemma’s komen uit de televisieserie 13 in de oorlog, die ze samen bekeken. De serie neemt kijkers mee naar de Tweede Wereldoorlog en vertelt wat er gebeurde en hoe het is om in oorlogstijd op te groeien. De kinderen vonden het indrukwekkend, evenals het toneelstuk Struikelstenen dat ze bezochten in theater Walhalla.
‘Het komt wel dichtbij, zo’
“Het was een mooi project”, zegt Willem-Jan. Zijn werkstuk was een paspoort van Grietje de Winter, een meisje dat in Goes werd geboren, in Blijdorp opgroeide en op 5-jarige leeftijd in Auschwitz de dood vond. Willem-Jan presenteerde het levensboekje in de straat waar Grietje woonde.
Dominique had onderzoek gedaan naar Levie Khonraad die 80 jaar geleden zijn overbuurjongen had kunnen zijn. “Dan komt het wel dichtbij”, vertelt hij aarzelend. Maar wat dit met hem doet, kan hij niet zeggen. “Het is lastig om je in een situatie te verplaatsen die je niet kent.” Wat hij in oorlogstijd zou doen, is voor hem een vraagteken. “Niks, denk ik.” Volgens Willem-Jan weet je pas hoe je reageert als het zover is. Sommige leerlingen zijn stelliger. Ze zouden vluchten, met Curaçao of Bali als bestemming. Ver weg van de oorlog, in elk geval. “En dan wil ik ook een hondje.”
Jij hoort in de klas
Het project van De Margriet sluit aan bij Jij hoort in onze klas, het Rotterdamse onderwijsproject van Loods24 over de Jodenvervolging, dat sinds 2013 door meer dan zeventig basisscholen is uitgevoerd. Coördinator Huib van Velden van De Margriet vindt het belangrijk dat de leerlingen van zijn school eraan meedoen. “We mogen de oorlog en slachtoffers niet vergeten”, meent hij. “Dit nooit meer, hebben we met elkaar afgesproken. Dan moet je het levend houden en het verleden zichtbaar maken.” Letterlijk en figuurlijk.
Daarom had hij doekjes en koperpoets meegenomen om dof geworden Stolpersteine te poetsen, de messing gedenksteentjes in het trottoir die de namen dragen van Joodse Rotterdammers die er woonden en nooit terugkwamen.

Het Erasmiaans Gymnasium
Leerlingen van het Erasmiaans Gymnasium doen dat ook elk jaar. De schoolleiding is er veel aan gelegen om de Erasmiaanse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog te herdenken en levend te houden. De school doet dat al sinds 1946. In de aula vond vandaag drie keer een plechtige bijeenkomst plaats, met rector Chris van den Berg als voorganger. Zijn verhaal behandelde ‘de schuldvraag’. Als tiener werden hem excuses aangeboden door een Duitse leerling tijdens het gezamenlijke bezoek aan een voormalig concentratiekamp. Hij vond dat vreemd. Tot zijn opa hem eens vertelde wat hij als militair in Nederlands-Indië had uitgevoerd. Van slachtoffer in Rotterdam naar dader in den vreemde is soms een dunne lijn. Daarom pleitte Chris voor mildheid. “Kijk met een zekere mildheid naar een ander. Wees je bewust van wat je doet. Neem verantwoordelijkheid voor je fouten en draag de last van het verleden, zodat de toekomst beter wordt.”
De Erasmiaanse namen
Na Chris’ verhaal lazen leden van de leerlingenvereniging RGB de 130 namen voor. Een enkele naam werd uitgelicht, waardoor de personen weer even tot leven kwamen. De musicus speelde muziek, de arts hielp de hulpbehoevenden, de homoseksueel vocht voor zijn vrijheid, de jonge moeder zwierde vrolijk met haar kind. Namen worden mensen. Mensen krijgen een gezicht. Voor even, helaas. “Sit tibi terra levis. Moge de aarde licht op hen rusten.”

Twee BOOR-scholen, twee tradities, dezelfde gedachte: herinneren is een werkwoord. Je moet er je best voor doen. Kinderen raadplegen bronnen om gebeurtenissen te achterhalen. Gebeurtenissen die zich in hun straat hebben afgespeeld. Ze denken na over dilemma’s waar ook menig volwassene geen antwoord op heeft. De herinnering aan WOII levend houden is ook een oefening in denken over goed en kwaad. Een van de leerlingen had een verhaaltje geschreven over een imaginair meisje dat zo oud was als zij. Over hoe ze de oorlog beleefde en angstig in slaap viel, niet wetend wat de volgende dag zou brengen.
Wie nieuwsgierig is naar het Erasmiaanse project kan terecht op erasmiaans.nl/de-school/erasmiaanse-namen.
Deel deze pagina
Nieuws
-
Siddharth Khandekar nieuw lid algemeen bestuur
Gepubliceerd op: