Direct naar inhoud

BOOR Jonge Kind Symposium

“Flexibiliteit is de kern van goed onderwijs aan het jonge kind”

Op 30 maart vond het BOOR Jonge Kind Symposium plaats op de Hillevliet in Rotterdam‑Zuid. Zo’n 150 jongekindprofessionals kwamen samen voor een inspirerende middag vol verhalen uit de praktijk en betrokken gesprekken over deze cruciale fase.

Foto’s: Sanne van der Most

Na de opening door projectleider Jonge Kind Sanne Vreugdenhil neemt Kirsten Wolfert – nieuw lid van het BOOR College van Bestuur met portefeuille onderwijs – het woord. “De doelgroep het jonge kind heeft een speciaal plekje in mijn hart,” trapt ze af. “Het enthousiasme, de onbevangenheid, de creativiteit en de vragen van jonge kinderen raken me diep. Juist deze vroege jaren maken een verschil dat een leven lang doorwerkt. Investeren in jonge kinderen is voor mij daarom investeren in kansengelijkheid.”

Rijke taalervaringen

Kirsten kent de cruciale start van kleuters goed. “Mijn doel voor BOOR is een bestuursvisie waarin een rijke leeromgeving centraal staat,” legt ze uit. “BOOR wil investeren in kennisontwikkeling van leerkrachten, doelgericht leerkrachtgedrag, rijke speel‑ en leeromgevingen en samenwerking met ouders en partners. Vandaag richten we ons op hoe we die visie in groep 1 tot en met 3 concreet vormgeven, met extra aandacht voor taal en rekenen. Kleuters die rijke taalervaringen opdoen en leren redeneren, tellen, vergelijken en patronen ontdekken, leggen de basis voor lezen, rekenbegrip en kritisch denken. Onderzoek laat zien dat een groot deel van de leerprestaties samenhangt met leerkrachten en teams. Jullie zijn dus van onschatbare waarde en maken dagelijks het verschil.”

Van kleuterbrein naar groeisprong

Wat hebben kinderen in groep 1 en 2 nodig om met een stevige taal‑ en rekenbasis te starten in groep 3? Volgens onderwijsadviseur Mike Nijskens ligt het antwoord niet in extra werkbladen of nog meer strakke ritmes, maar veel meer in rijkere interactie met volwassenen, het opdoen van verschillende ervaringen en in spel. In zijn keynote benadrukt hij dat dit de belangrijkste bouwstenen zijn voor leren. “Ik ben onderwijsadviseur én ervaringsdeskundige,” vertelt Mike. “Ik hoorde bij de eerste lichting die naar groep 3 ging in plaats van klas 1. De ‘doorgaande lijn’ moest leiden tot meer spel in groep 3. Maar de realiteit was weerbarstig: groep 3 werd de norm en er werd steeds minder rekening gehouden met de specifieke benadering van jonge kinderen. Gelukkig groeit nu het besef dat we moeten terugkeren naar die spelrijke wortels.”

deelnemers en leveraciers praten met elkaar over aanbod

Speelarmoede

Mike stond twintig jaar voor de klas in onder meer Rotterdam en begeleidt nu scholen door het hele land bij het versterken van spelend leren. De overgang van groep 2 naar 3 noemt hij geen didactische horde, maar “een prachtige groeifase – mits we het goed aanpakken.” Toch is dat volgens hem niet eenvoudig. “Kinderen beleven gemiddeld bijna drie uur per dag schermtijd. Daardoor missen ze een heleboel interacties in de vorm van duizenden woorden, gesprekjes en kansen op sociaal contact.” En dat leidt volgens Mike tot ‘speelarmoede’: kinderen die niet meer weten hoe ze moeten spelen of welke taal daarbij hoort. “In de huishoek worden kastjes leeggetrokken, groenten op de grond gegooid en babypoppen in de oven gestopt”, licht hij toe. “De spelstructuur ontbreekt en ze weten niet welke woorden ze erbij kunnen gebruiken. En als ze even niet meer weten wat ze precies moeten doen, grijpen ze terug op hondje en poesje spelen; dat is wat ze kennen.” De oplossing volgens Mike? Een digitale detox in de klas. Geen iPads of Pinterest‑werkbladen, maar rijke speelhoeken, tijd en rust. “Laat instructie niet het ritme bepalen. Train zelfsturing, observeer en speel mee. Vertrouw op het spel – daar groeien kinderen van en dan ontstaan verbindingen. En zorg voor die rijkere interactie en een omgeving die zo is ingericht, dat de doelen al in het spel zelf zitten. Vergeet niet, jullie zijn de helden in dit avontuur.”

Open Space

In de pauze is er de Open Space, waar samenwerkingspartners als gemeente Rotterdam, de Onderwijsinspectie, Hogeschool Rotterdam, Bibliotheek Op School, Onderwijsregio Rotterdam‑Rijnmond, Life. Productions, De Activiteit, Sardes en Heutink vertegenwoordigd zijn. Ruimte om de verhalen van voor de pauze te laten bezinken en er met elkaar over in gesprek te gaan, is er natuurlijk ook. Zo herkent Zefanja Tol, leerkracht groep 1-2 op basisschool Inova in Hoek van Holland, veel in het verhaal van Mike over structuren loslaten. Zijn boodschap dat ‘durf te falen en speel in op wat gebeurt’ raakt hem. “Als beginnende leerkracht is dat soms een uitdaging, maar ik probeer het steeds vaker los te laten en meer ruimte te nemen voor spel en creativiteit in de klas,” zegt hij. Ook Lars Bos, leerkracht in groep 1-2 bij OBS Het Landje, is fan van Mike. “Flexibiliteit om te kijken naar wat kinderen echt nodig hebben, is belangrijk,” zegt hij. “Mike is bij ons op school geweest en we volgen al twee jaar zijn opleiding. Onze kasten en klasinrichting zijn vernieuwd en we doen nu mee aan de pilot ‘kont op de grond’, waarin stoelen grotendeels vervangen worden door kussens.”

Deelnemers aan het symposium bekijken de inhoud van een kinderboek

Vier kennissessies

Na de pauze gaan de deelnemers in kleinere groepjes aan de slag in vier kennissessies, gericht op taal of rekenen in groep 1 tot en met 3. Professor Hans van Luit onderzocht namens het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO) hoe het rekenonderwijs in groep 2 en 3 beter op elkaar afgestemd kan worden en deelt daar praktijkgerichte inzichten over. José Smeets en Marjon Weterings, ook namens het NRO, nemen de deelnemers mee in de aanbevelingen van de Leidraad Betekenisvol en functioneel taalonderwijs in groep 1–2 en geven concrete tips voor rijk en betekenisvol taal leren. Onderwijsadviseur Remko Appel, gespecialiseerd in het jonge kind, vertelt over het versterken van de mondelinge taalvaardigheid door doelgericht leerkrachtgedrag binnen spel en betekenisvolle leersituaties. Levineke van der Meer, specialist jonge kind bij De Activiteit – landelijk centrum voor nascholing rond het jonge kind – legt tot slot uit hoe reken‑ en wiskunde zich ontwikkelen in een rijke speelleeromgeving.

Een veilige basis voor de rest van hun schoolloopbaan

Tijdens de plenaire afronding is er een ‘Spoken-slotwoord’ door Sanne Vreugdenhil, die vandaag uiteraard goed heeft opgelet en haar highlights heeft omgezet in een mooie afsluitende tekst die de dag goed samenvat. Over de hondjes en poesjes van Mike, over het verschil dat je als team kunt maken, over ‘de norm’ van groep 3 en over hoe rekenen tot leven komt. Nadat er door de partners van BOOR nog enkele spellen en onderwijsproducten zijn verloot, is het tijd om naar huis te gaan. Nadia Kuipers, projectmedewerker Onderwijskwaliteit bij BOOR met de focus op onderwijs aan het jonge kind, kijkt terug op een geslaagde dag met veel nieuwe inzichten. “Drie jaar geleden formuleerden we samen met schoolprofessionals een visie op onderwijs voor het jonge kind. Vandaag organiseerden we dit symposium om die visie te vertalen naar de praktijk, met de nadruk op taal en rekenen. Het was volle bak en er stonden zelfs niet-geregistreerde bezoekers voor de deur, dus het animo was groot. Het programma bood wetenschappelijke inzichten én direct toepasbare kennis. Een mooie combinatie dus en dat hoorde ik ook terug van de deelnemers.” Waaronder Kirsten Brockhus, leerkracht groep 1-2 op OBS Over de Slinge. “Wat een leuk en leerzaam symposium was dit. Een bevestiging eigenlijk dat mijn keuze om flexibel te werken juist is. En hoe belangrijk het is om ruimte te houden in mijn planning, om kinderen serieus te nemen in hun betrokkenheid en om speelmomenten wat langer te laten duren als dat nodig is.” Flexibiliteit, benadrukt ze, is de kern van goed onderwijs aan het jonge kind. “Het geeft ze een fijne en veilige basis voor de rest van hun schoolloopbaan.”

Organisatoren van het symposium spreken de zaal toe

Deel deze pagina

Een lijst met verhalen